Speelschema's

Speelschema’s zijn handelingen die kinderen doen, bijvoorbeeld voorwerpen in een tas stoppen. Kinderen doen deze handeling niet om het resultaat te behalen, maar om het proces te leren. De speelschema’s komen vooral voor bij kinderen tussen de 0 en 6 jaar. Hoe ouder kinderen worden hoe meer schema’s ze te gaan combineren tot complexere handelingen.

Als baby’tjes geboren worden zijn hun handelingen vooral reflexmatig. Naarmate ze ouder worden volgt er steeds meer controle en zie je de speelschema’s ontstaan. Kindjes gaan doelbewust dingen proberen en materialen ontdekken. Ā Vanuit de drijfveer om dingen te ontdekken lijkt het soms wel een obsessie, omdat kinderen een hele periode in een bepaald speelschema bezig zijn en vaak dezelfde handeling moeten doen. Deze drang zorgt ervoor dat kinderen zichzelf aanzetten tot spelen. En zo nieuwe verbindingen maken in de hersenen waardoor ze zichzelf en de wereld leren begrijpen.

Vanuit de speelschema’s is veel ongewenst gedrag van kinderen te verklaren. Bijvoorbeeld gooien met spullen. Door te weten in welk speelschema je kindje zit kun je alternatieven aanbieden. Hierbij is het belangrijk om je kind tijdens het spelen te observeren wat het doet. Hierbij is het aanbieden van open einde speelgoed een fijne manier om je kind te laten ontdekken en ontwikkelen.Ā  Ā In het geval van gooien met spullen zou je kunnen denken aan gooien met pittenzakjes.

Maar net zo plotseling als het speelschema begon zo stopt het ook als ze begrepen hebben hoe de handeling werkt. Naarmate kinderen ouder worden lukte het om de handelingen meer abstract te maken en om speelschema’s te combineren in hun spel.

Er zijn 10 speelschema’s. Deze hebben geen vaste volgorde maar bewegen mee met de ontwikkelingsleeftijd van het kind.

1: Draaien

Bij het speelschema draaien gaat het kind ontdekken wat draaien met het eigen lichaam en voorwerpen doet. Als ik ergens aan draai wat gebeurt er dan? Kinderen in dit speelschema vinden het leuk om alles wat draait te ontdekken zoals roeren in drinken en rondjes draaien om de eigen asĀ 

Activiteiten die goed passen bij het speelschema zijn:

  • Spelen met een bak met water en een lepel.
  • Spelen met een handvlieger.
  • Rollen met een bal
  • Ballen in een ballrun laten rollen
  • Draaien met de wielen van een auto
  • Helpen met roeren/mixen tijdens een kook/bakactiviteit.Ā 
6ee66d08-7947-48f6-b45d-85fda9480d05

2: Vervoeren/verplaatsen

Bij het speelschema vervoeren/ verplaatsen gaat het over ontdekken hoe het is om jezelf of voorwerpen te verplaatsen. Kinderen leren om voorwerpen van a naar b te brengen maar ook zichzelf. Hoe kan ik meerdere dingen in 1 keer mee nemen of hoe kan ik mezelf steeds sneller verplaatsen.Ā 

Activiteiten die passen bij vervoeren / verplaatsen zijn:

  • Speelrijst met schepjes en bakjes in een sensobak.
  • Vrachtwagens met blokken.
  • Driewieler met mandje.
  • Legen mandjes en tassen
  • Wobbel
  • Balance bord van Stapelstein
  • Kruiwagen/ poppenwagen.Ā 

3: Bedekken

Kinderen vinden het leuk om zichzelf of voorwerpen te verstoppen. Dit begint al op vroege leeftijd met bijvoorbeeld kiekeboe spelen. Het speelschema bedekken leert kinderen dat iets niet weg is als je het even niet kan zien en dat dingen of personenĀ  ook weer terug kunnen komen. Het leert kinderen ook dat je dingen kan voelen die bijvoorbeeld onder een doek liggen.

Activiteiten die aansluiten bij dit speelschema zijn:

  • Kiekeboe spelen
  • Verstoppertje
  • Popje toedekken in bedje
  • Spelen met speelzijde.
  • Huttenbouwen
  • Spelen met lege dozen

4: Sorteren

Sorteren van groot naar klein of op kleur, Twee dezelfde plaatjes zoeken of patronenĀ  maken met kralen dat zijn echt kenmerken voor het speelschema sorteren. Sorteren is een speelschema wat er voor zorgt dat er een sterke basis wordt gelegd voor allerlei vaste taken zoals 2 dezelfde schoenen aan doen of het leren rekenen.Ā 

Activiteiten die aansluiten bij het sorteren zijn:

  • Kralen rijgen
  • De lo/la set van grapat
  • Helpen met boodschappen opruimen
  • Memory spelen
  • Stapelstein met dezelfde kleuren pittenzakjes en organza sjaaltjes
  • loose parts sorteren met magneettegels
foto van @little.rainbow.wonderland

5: Beweging

Bij het speelschema beweging gaat het over de route die iets of iemand aflegt. Wat gebeurt er als ik een bal rol of ergens mee gooi. Door het leren gooien/rollen van voorwerpen leren kinderen ook om te vangen.

Activiteiten die passen bij dit speelschema zijn:

  • Overrollen met ballen
  • Gooien met pittenzakjes in stapelstein
  • Ballen door ballruns laten gaan
  • Met treinen rijden over een treinbaan
  • Ballen schieten op een doel
  • Spelen met linten in de wind
  • Water door buizen en trechters laten gaan.

6: Oriƫnteren/ klimmen

Hoe leuk is het om de wereld te ontdekken terwijl je op dingen klimt of juist onderdoor kruipt. Hoog-laag, verweg- dichtbij zijn de kernwoorden van dit speelschema. Door het klimmen en klauteren krijgen kinderen vertrouwen in hun eigen kunnen en lichaam.

Activiteiten die goed passen bij dit speelschema zijn:

  • Parkoers bouwen in de woonkamer met o.a stapelstenen en kussens
  • Buitenspelen in de speeltuin
  • Spelen in het bos
  • SleeĆ«n van de berg af als er sneeuw ligt.
  • Spelletjes zoals twister
  • In verschillende soorten spiegels kijken
  • Klimdriehoek

7: Insluiten

Bij insluiten leren kinderen zichzelf of voorwerpen te omheinen/insluiten. Ze kunnen dit doen door letterlijk de ruimte te begrenzen. Bijvoorbeeld door blokjes in een vormen stoof te stoppen of door zelf in een doos te gaan zitten.Ā  Insluiten kan ook met potlood en papier en is een goede basis voor het latere leren schrijven en tekenen.Ā 

Activiteiten die passen bij insluiten zijn:

  • Hekjesbouwen met blokken voor dieren.
  • Kleurplaat kleuren.
  • Vormenstoof
  • Muntjes in een tasje doen
  • Grapat Permanence Box met grapat ringen

8: Veranderen/ transformeren

Kinderen die zitten in het speel schema veranderen willen graag dingen door elkaar mengen. Door verschillende soorten speelgoed in mandjes te gooien, verschillende kleuren klei te mengen, zand en water te mengen tot modder. Ze zijn aan het ontdekken wat er gebeurd als je het van vorm of kleur verandert. Door zichzelf te verkleden leren ze ook zelf een andere rol aan te nemen. In deze fase zijn kinderen dan ook vaak bezig met rollenspellen.Ā 

Ā Activiteiten die passen bij dit speelschema:

  • Heksensoep maken
  • Verkleedkleren
  • Sensorische materialen zoals klei, kneedbare zeep, magical sand
  • Koekjes bakken
  • Poppen aan en uit kleden

9: Connecteren/ verbinden

Voorwerpen of personen met elkaar verbinden is het uitgangspunt van het speelschema connecteren. Kinderen gaan leren hoe ze met hun eigen lichaam verbindingen kunnen maken door bijvoorbeeld een hand te geven. Ook leren ze hoe verbindingen kunnen maken van materialen. Ze leren voor krachten, vormen die in elkaar passen, magnetische velden en het vast plakken van voorwerpen.

Activiteiten die passend zijn bij connecteren:

  • Bouwen met magneettegels
  • Grapat ringen om een wc rolhouder schuiven
  • Puzzels maken
  • Trein en auto banen bouwen
  • Ritsen en clips open en dicht doen
  • Kralen rijgen

10: Afbreken

Naast bouwen is ook afbreken een handelingen die kinderen graag doen. Iets uit elkaar halen of omgooien.  Voordat kinderen leren bouwen beginnen ze eerst met dingen afbreken. Ze leren zo hoe dingen in elkaar zitten. Dit speelschema zorgt vaak voor veel frustratie bij ouders omdat dingen kapot gemaakt worden. Je helpt kinderen hier bewust mee omgaan door passende activiteiten aan te bieden.

Passende activiteiten voor het speelschema afbreken zijn.

  • Duplo uit elkaar halen
  • Blokkentorens omgooien
  • Blikgooien met pittenzakjes
  • Puzzels uit elkaar halen
  • Zandkastelen plat trappen

Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiƫren

×